Een RTX meting starten
-
Start de meting met de RTK meetmethode die u voor RTX hebt geconfigureerd. Zie Een RTX meting configureren.
Als er data van de RTX correctieservice wordt ontvangen via:
- RTX (SV signalen), verandert het radiosymbool
in een RTX symbool
en verschijnt RTX op de statusregel.
- een Internet verbinding, verschijnt het symbool Netwerkverbinding
.
- RTX (SV signalen), verandert het radiosymbool
- De convergentietijd verkorten m.b.v. RTX QuickStart:
Tik op QStart in het scherm RTX status.
QuickStart is niet beschikbaar in RTX metingen als IMU tiltcompensatie ingeschakeld is.
- Druk op Start. De Start knop verschijnt alleen als er RTX posities worden berekend.
Stel de ontvanger op het bekende punt op en voer de details van het punt in, of selecteer het in de lijst.
QuickStart punten moeten in termen van de Globale referentiedatum worden uitgedrukt. Dit betekent dat ze eerder moeten zijn gemeten m.b.v. de CenterPoint RTX correctieservice, of dat er een actuele, precies berekende RTX naar RTK offset in de job aanwezig is, of dat er in de job een lokale kalibratie in termen van RTX heeft plaatsgevonden.
-
Wacht op het convergeren.
Convergeren kan onder typische omstandigheden tot 30 minuten duren. RTX QuickStart convergeert typisch in minder dan 5 minuten.
Wanneer het bericht Convergentie is verkregen verschijnt, kunt u beginnen met inmeten.
Om het RTX status scherm te bekijken, tikt u in een RTX (SV) meting op
. Tijdens een RTX (Internet) meting tikt u op RTX status in het Instrument menu.
-
Als u een ontvanger met IMU tiltcompensatie gebruikt, moet u de IMU aligneren.
- Nu kunt u punten meten of uitzetten.
- Ofschoon de RTX rover oplossing geconvergeerd kan zijn, voldoet hij mogelijk nog niet aan de precisie toleranties voor het meten van punten. Mogelijk moet u langer op een punt blijven om de gespecificeerde precisie tolerantie te bereiken, omdat de RTX rover oplossing meer moet convergeren als de rover in de statische modus werkt. Precisies voor metingen m.b.v. de Trimble Centerpoint RTX service zijn zeer gevoelig voor omgevingsinvloeden, zoals multipath, ionosferische scintillatie en met name troposferische omstandigheden en boomkruinen.
- Om het precisieniveau waarop convergentie acceptabel is te wijzigen, schakelt u het vakje Auto tolerantie in het scherm Rover opties uit en voert u de waarden in die u wilt gebruiken.

Let goed op dat u een offset die al in een job aanwezig is niet wijzigt in een minder precieze offset, omdat hierdoor de precisie van de punten die in de job opgeslagen zijn niet meer voldoet aan de precisie toleranties die zijn toegepast toen de punten werden gemeten. Zie RTX‑RTK offsets
- Tik op
en selecteer Meten. Tik op RTX‑RTK offset.
- In het veld RTK punt selecteert u een punt. Dit moet een punt zijn dat gemeten is m.b.v. RTK.
-
In het veld RTX punt selecteert of meet u een RTX punt. Dit moet een punt zijn dat gemeten is m.b.v. de CenterPoint RTX correctieservice.
De offset wordt direct berekend zodra de twee puntvelden ingevuld zijn.
- Bekijk de resultaten van de offset berekening. Als die acceptabel zijn, drukt u op Opsl. om de offset op de job toe te passen.
De precisie van de offset en derhalve de precisie van de RTX punten die in het RTK referentiekader gereduceerd worden, is afhankelijk van de precisie van de gemeten RTK en RTX punten die zijn gebruikt om die offset te berekenen. U moet altijd zo precies mogelijke puntmetingen gebruiken om de offset te berekenen.
Om een RTX‑RTK offset te verwijderen, bekijkt u de offset in het scherm RTX‑RTK offset en drukt u op Geen. Tik op Ja om dit te bevestigen. De waarde van de offset wordt op nul gezet.

Om het RTX status scherm te bekijken, tikt u in een RTX (SV) meting op . Tijdens een RTX (Internet) meting tikt u op RTX status in het Instrument menu.
Het scherm RTX status toont de huidige Correctie satelliet naam. Om een andere satelliet te selecteren, drukt u op Opties en selecteert u de gewenste satelliet in de lijst. U kunt de correctie satelliet op elk gewenst moment veranderen; bij veranderen van de correctie satelliet hoeft de meting niet opnieuw te worden gestart. U kunt ook Aangepast selecteren en daarna de te gebruiken frequentie en bitsnelheid invoeren. De wijzigingen die u in de instellingen aanbrengt, worden gebruikt wanneer u de eerstvolgende keer een meting start.
In een RTX meting wordt met de Reset knop in het scherm satelliet plot/lijst het volgen van SV's alsmede de RTX convergentie gereset. Met de Reset knop in het scherm RTX status wordt de RTX convergentie gereset, maar niet het volgen van satellieten.