Uitzetten
Gebruik de functie Uitzetten om punten, lijnen, bogen, polylijnen, alignementen, wegen en DTM's uit te zetten. Om uitzetten te kunnen gebruiken, moet u eerst een meting starten.
VOORZICHTIG – Nadat u items uitgezet hebt, moet u het coördinatensysteem of de kalibratie niet meer wijzigen. Als u dat wel doet, zijn de eerder uitgezette punten niet in overeenstemming met het nieuwe coördinatensysteem en punten die na de wijziging berekend of uitgezet worden.
Om GNSS voor uitzetten te gebruiken, moet u een RTK meting starten. Om lijnen, bogen, polylijnen, alignementen of digitale terreinmodellen uit te zetten, moet u een projectie en datum transformatie definiëren.
U kunt items uitzetten die al in de job of een gekoppeld bestand aanwezig zijn, of die tijdens het uitzetten intoetsen. U kunt ze uitzetten vanaf de kaart, via het menu of uit een lijst die u hebt gemaakt. Als u wilt werken vanuit een lijst, zie Lijst van uit te zetten items.
TIP –Als u wilt zien hoe u verschillende soorten features kunt uitzetten en hoe u opties kunt configureren, bekijkt u de Stakeout with Trimble Access playlist op het Trimble Access YouTube-kanaal.
Een item uitzetten
-
Om uit te zetten via:
- de kaart, selecteert u het uit te zetten item op de kaart en tikt u op Uitzetten.
- het menu, tikt u op
en selecteert u Uitzetten en daarna selecteert u het uit te zetten type item. In het scherm Uitzetten selecteert u het uit te zetten item.
TIP – Wanneer u uit te zetten lijn, boog, of polylijn features op de kaart selecteert, tikt u dicht bij het uiteinde van de feature dat u als beginpunt wilt aanwijzen. Vervolgens worden er pijlen op de feature getekend die de richting aangeven. Als de richting niet juist is, tikt u op de feature om die te deselecteren en daarna tikt u bij het juiste uiteinde om de feature opnieuw in de gewenste richting te selecteren. U kunt ook ingedrukt houden op de kaart en Richting omkeren in het menu selecteren. Als de feature ge-offset is, worden de offset richtingen niet omgewisseld als de richting omgekeerd wordt.
-
Navigeer naar het punt, of naar het punt dat als begin van de feature is aangewezen. U kunt ook de meethulp met de meetstok waarop het doel of prisma is bevestigd naar het punt leiden.
Voor uitgebreidere informatie over het gebruik van de uitzet navigatiefunctie, zie Navigeren bij uitzetten.
- Markeer het punt.
- Tik op Accept. om het punt op te slaan.
-
Als u de optie Bekijken vóór opslaan hebt geselecteerd en uw uitzet delta's buiten de ingestelde horizontale tolerantie vallen, dan toont het scherm Bevestigde uitzet delta's het Formaat uitzetdelta's dat u hebt geselecteerd in de Uitzetten opties. Tik op Opsl. om de delta's op te slaan.
TIP – U kunt de Trimble Access software zo instellen dat uitgezette punten op de kaart worden gekleurd, om aan te geven of ze voldoen aan de vereiste tolerantiewaarden voor uitzetten. Om dit in te stellen, voert u de Horizontale uitzettolerantie waarde en/of de Verticale uitzettolerantie waarde in het groepsvak Kleur uitzetsymbool in het scherm Kaart instellingen in. Als een uitgezet punt de standaard puntkleur houdt en niet verandert in groen of rood, kan de tolerantiewaarde niet worden berekend. Zie Gekleurde uitzetsymbolen in het onderwerp Kaart instellingen.
Voor meer informatie over het uitzetten van:
-
Punten, zie Punten uitzetten.
-
Lijnen, zie Een lijn uitzetten.
-
Polylijnen, zie Een polylijn uitzetten.
-
Bogen, zie Een boog uitzetten.
-
Alignementen, zie Een alignement uitzetten.
-
DTM's, zie Een DTM uitzetten.
-
Hoogte, zie Uitzetten t.o.v. de ontwerphoogte.