Een alignement uitzetten

De Trimble Access software ondersteunt de volgende alignement formaten:

  • RXL: Gedefinieerd in de Trimble Access Wegen of Trimble Business Center software, of een aantal ontwerppakketten van derden, waaronder Autodesk AutoCAD Land Desktop, Autodesk Civil 3D, Bentley InRoads en Bentley GEOPAK.
  • LandXML: Gedefinieerd in de Trimble Business Center  of Tekla Civil software, of een aantal ontwerppakketten van derden, waaronder Autodesk AutoCAD Land Desktop, Autodesk Civil 3D, Bentley InRoads en Bentley GEOPAK.
  • 12da: Gedefinieerd in de 12d Model software als alignementen of super alignementen. Trimble Access kan met beide typen alignementen werken.
  • IFC: Definieer een alignement met behulp van het IFC 4.1 schema met behulp van een aantal ontwerpsoftware pakketten.

Deze bestanden kunnen eenvoudig tussen jobs en met andere bedieningseenheden worden uitgewisseld.

Om een alignement gedefinieerd in een RXL-bestand uit te zetten, kunt u vanaf de kaart of via het menu werken. Wanneer u een alignement gedefinieerd in een LandXML, 12da, of IFC bestand gaat uitzetten, moet u vanaf de kaart werken.

Voordat u begint, moet u de navigatie weergave instellingen configureren. U kunt desgewenst ten opzichte van een DTM of de ontwerp hoogte uitzetten.

Het alignement uitzetten:

  1. Tik op de kaart op het alignement en tik daarna op Uitzetten. U kunt ook op tikken en Uitzetten selecteren. Tik op Alignementen, selecteer het uit te zetten alignement en tik op Vlgnd.

    Als het alignement dat u wilt uitzetten niet op de kaart wordt weergegeven, tik dan op op de kaartwerkbalk om de Lagen manager te openen en selecteer het tabblad Project data. Selecteer het bestand en maak vervolgens de juiste lagen selecteerbaar. Het bestand moet in de huidige projectmap aanwezig zijn.

  2. Als u nog geen meting hebt gestart, vraagt de software u de benodigde stappen uit te voeren om de meting te starten.

  3. Voer een waarde in het veld Antenne hoogte of Prisma hoogte in en zorg ervoor dat het veld Gemeten naar correct ingesteld is.
  4. Voer het Station interval voor lijnen en Station interval voor bogen en overgangen in, of accepteer de standaardwaarde die is ingesteld toen het alignement werd gedefinieerd.

    Station interval waarden zijn vereist bij het uitzetten van een station op een string. Deze waarden zijn optioneel voor andere meetmethoden.

  5. Om uitgraven of ophogen ten opzichte van een oppervlak tijdens het uitzetten weer te geven, schakelt u de wisseloptie Uitgraven/ophogen tot oppervlak in.
    1. Selecteer in het veld Oppervlak het oppervlak bestand uit de huidige projectmap. Alleen oppervlak bestanden die zijn ingesteld op zichtbaar of selecteerbaar in de Lagen manager worden weergegeven.

      U kunt ook oppervlakken uit BIM-bestanden op de kaart selecteren. Als u geen oppervlakken op de kaart kunt selecteren, zorg er dan voor dat het BIM-bestand is ingesteld op selecteerbaar in de Lagen manager. Als de knop Selectie modus op de BIM werkbalk geel is , tikt u erop en selecteert u de Oppervlak selectie - Individuele vlakken modus.

      NB – U kunt de Oppervlak selectie - heel object modus selecteren, maar wanneer u de Heel object modus gebruikt, selecteert de software zowel het bovenste als het onderste oppervlak en berekent het uitgraven/ophogen ten opzichte van het oppervlak waar u zich het dichtst bij bevindt.

      Het veld Oppervlak geeft het aantal oppervlakken aan dat u op de kaart hebt geselecteerd.

      Om een ander oppervlak op de kaart te selecteren, dubbeltikt u op de kaart om de huidige selectie te wissen en selecteert u vervolgens het nieuwe oppervlak.

    2. Geef indien nodig in het veld Offset t.o.v. oppervlak een offset ten opzicht van het oppervlak op. Tik op om te selecteren of de offset verticaal of loodrecht op het oppervlak moet worden toegepast. 

    3. Als u de afstand tot het oppervlak wilt weergeven in het navigatiescherm voor uitzetten, tikt u op Opties. Tik in het groepsvak Delta's op Wijzigen en selecteer de V.Afst oppervlak op huidige pos. of de Loodr. afst oppvl op huidige pos. delta. Druk op Accept.

  6. Tik op Opties om de voorkeuren voor Helling, Uitgezette punten details en Toon te configureren.
  7. Druk op Vlgnd.

    Het alignement is klaar om uit te zetten, met behulp van de door u gewenste uitzetmethode. Voor meer informatie raadpleegt u het onderwerp voor de geselecteerde methode. Zie:

    Uitzetten t.o.v. het alignement

    Een station op een alignement uitzetten

    Een schuine zijde vanaf een alignement uitzetten

    Een station op een schuine offset van een alignement uitzetten